Schooperen

Door een spuitpistool worden twee zinkdraden van 2,5 mm geleid. Deze draden worden onder spanning en in verbinding gebracht in het pistool, waardoor de zinkdraad vloeibaar wordt. Door lucht met een druk van ca. 5 Bar door het pistool te blazen wordt het vloeibare zink verneveld over het te schooperen product.

Zo ontstaat er op het product een zinklaag met een gemiddelde laagdikte van ca. 70 micrometer.

In de cabine wordt het zinkpoeder constant afgezogen en opgeslagen. Dit wordt uiteindelijk afgevoerd als chemisch afval.

Het voordeel van schooperen t.o.v. thermisch verzinken is dat er een betere hechting van het zink aan het oppervlak ontstaat en daardoor ook een betere hechting van de lakken.

De cabine heeft een oppervlakte van
9 m x 3 m.